Tijdens mijn levensschouw kreeg ik twee grote levenspaden te zien met vele kleine vertakkingen.
Het ene pad was het leven dat ik net had beëindigd.
Het andere pad was waar ik mijn gaven en talenten gebruikte om anderen te helpen. Dit was iets waar ik me nooit eerder op had gericht.
Het wezen zinspeelde op het feit dat ik de vrije wil had om te beslissen wat voor soort leven ik leidde.
