De man was casual gekleed – spijkerbroek en een los overhemd. Hij was zachtaardig, meelevend en op mij gericht. Ik keek in zijn ogen en wist opeens dat het niet mijn tijd was om te sterven.
Ik was stomverbaasd, ik wist dat als ik gewoon over de muur stapte ik door kon gaan – dat ik een keuze had, maar hij en ik wisten allebei dat ik terug moest. Terwijl ik in zijn gezicht keek zei ik: “Het is niet mijn tijd.” En hij antwoordde: “Nee, dat is het niet.”
