Er kwamen engelen en het voelde alsof ik met hen meevloog. Ik keek omhoog en zag een grote kerk en voor ik het wist zat ik naar de televisie te kijken. Ik kreeg een heleboel rampen te zien. Ik was zo bang.
Ik zag vuur en onder de grond explosies in New York City. Ik zag vrede na alles wat ik te zien kreeg. Ik kreeg zoveel te zien dat me niet beviel. [De problemen die ik zag hadden alles te maken met religie. In die tijd kon ik niet geloven dat mensen om God zouden vechten.
Toen werd ik meegenomen naar dit bos en werd me een geneesmiddel tegen kanker getoond.
Ik was zo opgewonden dat ik niet kon wachten om het iedereen te vertellen. Ik voelde me zo slim omdat ik niet erg slim was op school. Ik geloof dat het met bloemen en bladeren te maken had. God vertelde me dat ik er niet over zou kunnen praten omdat die herinnering pas later in mijn leven van me zou worden afgenomen.
