Hij keek me aan en vroeg me heel rustig
‘Wat heb je gedaan?’
Ik antwoordde: “Ik begrijp het niet” en opnieuw zei het heel rustig: “Ja, dat doe je wel”. Op dat moment, alsof ik met een knuppel in mijn gezicht werd geslagen, begon ik dingen uit mijn verleden te zien. Ik had niet het ‘mijn leven flitste voor mijn ogen’ syndroom, het waren specifieke dingen uit mijn verleden, sommige leken triviaal en sommige waren ernstig.
