Toen verscheen HIJ: De goddelijke opperste intelligentie; God. Het LICHT dat HEM omringde, dat HEM omhulde, dat HEM WAS, was bijna verblindend. Ik kon ZIJN gezicht niet zien, alleen het helderste van het helderste LICHT. HIJ WAS LIEFDE: Ik voelde het. Ik wist het. Ik kende HEM. Ik maakte deel uit van HEM. IK WAS LIEFDE.
Iedereen daar was totaal LIEFDE met HEM en van HEM. Het was heerlijk. Ik wilde ZIJN aanwezigheid nooit meer verlaten. Ik wist dat HIJ de mijne nooit zou verlaten, zelfs niet als ik ervoor zou kiezen om naar de Aarde terug te keren. HIJ was een deel of beter gezegd het geheel van mij, en ik was het geheel van HEM.
Alles was daar in EENHEID. HIJ vroeg me wat ik had gekozen om te doen: of ik daar in het Paradijs wilde blijven of terug wilde keren om mijn missie te voltooien. Ik wist en begreep hoe alles “werkte”: de wetten, zo je wilt, van die dimensie. Ik vertelde HEM zonder aarzelen dat ik ervoor koos om terug te keren: het was een keuze gebaseerd op LIEFDE. GODDELIJKE LIEFDE.
HIJ droeg me op om “een verschil te maken, Gayle.” Zijn glimlach……..I draag het met me mee. Er werd mij verteld dat ik onmiddellijk moest terugkeren omdat de tijd voor mijn fysieke lichaam op Aarde opraakte.
Zijn laatste woorden aan mij waren: “Toon LIEFDE. Leef LIEFDE. Wees LIEFDE.”
