Toen ik wakker werd uit de narcose, en in de uren daarna, had ik deze zin constant in mijn hoofd:
‘Wat heb je met je talenten gedaan?’
Ik begreep dat dit de sleutel was tot mijn terugkeer.
Ik kom uit een groot gezin met zeer bescheiden middelen. We woonden op het platteland. Mijn leraren vertelden mijn ouders altijd dat ik een talent had voor kunst en ze hielpen me, steunden me, leenden me een muziekinstrument toen ik tien was en gaven me gratis cursussen. Daardoor studeerde ik muziek, ging ik naar het conservatorium, enz. Toen kwamen de gezondheidsproblemen, een ongeplande zwangerschap, een instabiel huwelijk. Kortom, toen ik deze ervaring had, was ik met alles gestopt.
Na mijn ervaring heb ik deze zin altijd bewaard,
‘Wat heb je met je talenten gedaan?’
in gedachten, overtuigd tegen die tijd dat ik hier was gekomen, in deze materiële wereld, met een aantal kaarten in mijn hand, en dat ik de plicht had om er iets mee te doen.
