Ik verliet mijn lichaam.
…
Ik realiseerde me dat ik geen fysiek lichaam had, maar nog steeds mezelf was. En ik wilde wanhopig weg. Er was een ‘plek’ waar ik wilde zijn – een licht – een prachtig, gouden, schitterend licht van pure liefde en acceptatie. Ik wist dat de plek waar ik zo graag naartoe wilde ‘THUIS’ was. Sommige herinneringen mocht ik houden, maar er zijn andere die ik niet helemaal kan bevatten.
Ik ging verder naar het licht, maar mocht me niet de hele ervaring herinneren, omdat ik herinneringen bewaarde aan een totale liefde die alle aardse liefde te boven gaat, en daarin omarmd te worden, muziek die anders was dan ik ooit had gehoord, en geuren van bloemen zoeter dan je je kunt voorstellen. Ik zag de Aarde als vanuit de ruimte en zag wat leek op vonken die er in een gestage stroom vandaan kwamen en ernaartoe gingen.
Van over de hele Aarde waren er ontelbare ‘vonken’ die haar verlieten en evenveel die er naar toe kwamen. Er was geen besef van tijd of ruimte en geen spijt van het verlaten van mijn lichaam of mijn familie. Ik voelde alleen complete vreugde en geluk. Ik heb geen idee hoe lang dit duurde en ik ben er niet zeker van dat ik verhinderd werd om naar het licht te gaan.
