Terwijl ze dit zeiden voelde ik zware trillingen die in mijn tenen begonnen en vervolgens door mijn hele lichaam omhoog gingen.
Het was alsof mijn lichaam uit duizenden zandkorrels bestond en ze allemaal op verschillende frequenties trilden. Ik voelde mezelf loskomen van mijn lichaam. Het ging langzaam, alsof klittenband van stof werd gescheurd of kippenvlees van het bot werd getrokken.
Ik was nu twee dingen, een lichaam en een ‘bestaan’. In mijn lichaam voelde ik al mijn spieren ontspannen, mijn schouders vielen naar achteren en mijn hoofd viel achterover.
Ik voelde mijn kaak openklappen, mijn tong ontspande zich en ik hoorde een ‘crunch’. Plotseling woog ik niets meer omdat ik mezelf aan het bevrijden was. Ik had mijn lichaam helemaal achter me gelaten. Mijn lichaam was niet meer van mij omdat ik er niet meer in zat. Ik had mezelf bevrijd en voegde me bij hen zoals ze vroegen.
Uiteindelijk accepteerde ik wat er gebeurde. De honingraten verdwenen en ik zit niet meer in mijn hersenen. Ik ben bij ‘hen’ ergens waar we allemaal begonnen. De duizend stemmen raken met elkaar in gesprek, vertellen me verhalen, dragen gedichten voor, zingen en vertellen me over de geschiedenis en over de toekomst. In plaats van langzaam en kalm voelt het nu alsof alles snel gaat. Het is bijna te veel om te bevatten. Ik voel me plotseling weer verdrietig. Opnieuw vertel ik ze dat ik daar niet wil zijn. Ik wil meer leren als persoon. Ze vragen “Waarom?” alsof ik ze net het stomste heb verteld dat ze ooit hebben gehoord. Ik geef geen antwoord. Dan leggen ze uit dat ze daar mensen hebben die ik ken.
