‘Hallo,’ zei ik, ‘Jezus?’ vroeg ik. Hij glimlachte. ‘Ja.’
Ik werd me ervan bewust dat ik op een andere plek was, maar toch bleef ik me bewust van mijn lichaam op het bed. Het was zwart en een nachtelijke hemel, een gevoel dat er grond onder me was. Ik voelde/voelde/zag mensen om me heen. Een van hen liep naar me toe en zei hallo alsof ik hem kende. Plotseling kende ik hem. Ik had deze man eerder ontmoet, toen ik stierf toen ik vier was. ‘Hallo,’ zei ik, ‘Jezus?’ vroeg ik. Hij glimlachte.
‘Ja.’ Ik begon vragen te stellen als ‘Waarom ben je hier?’ JIJ als in Jezus. Hij legde uit dat hij daar was als mijn vader van mijn stamboom, dat ik zijn achter- en achterkleindochter was. Hij was er niet als Jezus de Messias, als dat ergens op slaat. Er was een verschil. Hij vertelde me dat ik dood hoorde te zijn, dat ik mijn taak had vervuld.
Daarover had ik ruzie met hem. Ik wilde terug naar de aarde voor mijn man. Ik heb kinderen, maar ik wist dat zij het ook prima zonder mij zouden redden. Mijn man was deels voor mij naar de aarde gekomen. Ik kon hem nu niet in de steek laten.
Ik sprak met enkele van mijn familieleden en stemde ermee in om boodschappen voor hen door te geven. Ik sprak met mijn dieren en stemde ermee in om dieren te helpen. Ik lachte, ik huilde. Al die tijd was ik me ook bewust van mijn lichaam en keek ik naar wat ermee gebeurde.
Uiteindelijk vertelde Jezus me dat als ik terug zou gaan, ik nu moest gaan anders zou ik te beschadigd zijn. Ik stapte achteruit om weer 100% binnen te komen. Hij vroeg me of ik hen een plezier wilde doen door door te gaan met het energiewerk dat ik had gedaan. Ik stemde toe.
Toen was ik terug in mijn lichaam en voelde ik een elektrische schok door mijn lichaam gaan. Mijn hart begon en mijn ademhaling begon meteen.
