Ik viel weer in slaap, een diepe maar vreemde slaap. Schaduwen kwamen en gingen, en toen werd het lichter. Het was niet meer zo donker als voorheen. Ik voelde Gods aanwezigheid. Hij riep me daar en ik wist dat Hij bij me wilde zijn. Er was ook een goede engel.
Jaren geleden, toen ik me heel eenzaam voelde, liet God me weten dat we nooit alleen zijn; er is altijd iemand bij je.
Terwijl de engel daar was, zei ik tegen God dat ik in ieder geval wist dat er een engel bij me was. Hoewel ik hem niet meer kon zien, voelde ik hem nog duidelijk. Hij wilde dat ik een keuze zou maken of ik zou blijven of niet. Ik wilde de keuze overlaten aan Gods wil en niet zelf beslissen. Ik wilde dat Hij wist dat ik met al het lijden van de menselijke ervaring niet geneigd was om terug te gaan, maar ik liet het helemaal in Zijn handen.
