Aan de verre horizon, afgetekend tegen het licht, zag ik wat eerst leek op een ongelijke lijn over de nachthemel. Toen ik dichterbij kwam, groeide het uit tot een rij mensen die de horizon overspande. Toen ze tevoorschijn kwamen om me te begroeten, verlicht tegen het licht, kende ik ze allemaal. Sommigen van hen waren uit mijn leven op aarde, anderen niet.
Daar was mijn grootvader Amos, samen met mijn favoriete hond Butch, die kwispelde als begroeting. Beiden stonden centraal in het idealistische deel van mijn jeugd. En dan was er ook nog mijn betweterige opa Frank met zijn scheve, verdwaasde grijns. Ook mijn lieve tante Eleanor en mijn favoriete oom Sidney werden verwelkomd.
