Ik stond toen voor het lichtwezen. Ik dacht dat het te helder was om erin te kijken, maar ik kon het. Het vervulde me met ontzag. Ik probeerde poëzie voor te dragen om het te beschrijven. Ik kon het niet. Ik kon zijn liefde en vriendelijkheid voelen. Ik vroeg het was het Jezus of Boeddha of Mohammed?
…
Het wezen vroeg me toen om te laten zien wat ik met mijn leven had gedaan. Ik voelde dat het al mijn ervaringen aan het downloaden was. Ik had geen keus want alles wat ik had gedaan werd voor me afgespeeld. Mijn toenmalige vriendin had het moeilijk en ik kon haar niet de steun geven die ze nodig had. Ik zag mezelf de deur van het appartement uitlopen. Toen ik weg was, zag ik haar huilen van kwelling. Ik kon haar pijn en angst voelen. Dit maakte me boos en ik vervloekte het licht. Het vertelde me dat dit niet mijn schuld was. Ik probeerde me ervoor te verbergen, maar dat lukte niet. Het zei: ‘Je verstopt je al je hele leven Francis. Kom en toon jezelf aan mij. Ik herinner me dat ik gehurkt zat achter een zwarte heuvel. Ik stond op en zei: ‘Hier ben ik, doe met me wat je wilt. Het kan me niet schelen.
