Mijn hart straalde van liefde voor de twee mensen die me het leven hadden geschonken. In verbazing herinnerde ik me dat ik dacht,
‘Hé, waarom zijn mijn ouders hier als ze nog heel erg in leven zijn op aarde?’
Ik realiseerde me dat mijn ouders op beide plaatsen tegelijk waren.
Het enige wat ik nodig had om hen hier in deze staat van bestaan te ontmoeten was een gedachte van liefde. Ik was ernstig verrast, zo niet verbijsterd door deze openbaring.
Ik concludeerde dat we nooit alleen zijn, waar we ook zijn, want waar we ook zijn, we zijn hier, daar en overal tegelijk.
Ik besefte dat de onmetelijkheid van onze Ziel ons in staat stelt om overal tegelijk te zijn en dat we allemaal deze Ziel delen. Ik realiseerde me dat het deel van mijn ouders dat op dit moment op Aarde verbleef niet het hele deel van deze Ziel was, maar slechts een klein fragment. Alleen het moment dat bestond was op dit moment, waardoor inderdaad alles kon zijn, op dit moment.
