Het wezen oordeelde op geen enkele manier over mij tijdens het levensoverzicht.
Ook al zag ik veel tekortkomingen in mijn leven. Het liet mijn leven gewoon zien zoals het voor mij was geweest, hield onvoorwaardelijk van me, wat me de kracht gaf die ik nodig had om het allemaal te zien zoals het was, zonder oogkleppen, en liet me zelf beslissen wat positief en negatief was en wat ik daaraan moest doen. Ik herinner me geen details van de gebeurtenissen die me werden getoond, niet van het verleden en niet van de toekomst, maar ik herinner me wat het belangrijkste was.
Het wezen van licht liet me zien dat alles wat echt belangrijk was in het leven de liefde was die we voelden, de liefdevolle daden die we uitvoerden, de liefdevolle woorden die we spraken, de liefdevolle gedachten die we hadden. Alles wat werd gemaakt, gezegd, gedaan, of zelfs gedacht zonder liefde was ongedaan gemaakt. Het deed er niet toe. Het bestond gewoon niet meer. Liefde was alles wat echt belangrijk was, alleen liefde was echt. Alles wat we liefdevol deden was zoals het hoorde te zijn. Het was goed. Het was goed.
En de liefde die we tijdens ons leven hadden gevoeld, was alles wat overbleef toen al het andere, al het vergankelijke in het leven, was verdwenen.
