Ik kan me herinneren dat ik in een operatiekamer op een koude witte tafel lag.
Mijn moeder was er samen met de dokter en een verpleegster. Ik herinner me dat de dokter zei dat ik dood was. Ik stond boven alles en keek toe.
Mijn moeder zei dat ze blij was dat ik dood was. (Ik confronteerde haar hier ruim dertig jaar later mee en ze werd helemaal wit).
Ik ging toen een warme tunnel in die heel helder en gastvrij was, met iemand die op een stoel zat. Het was zo vredig en zo geweldig. Ik had geen pijn meer en ik kon rennen en ademen en ik vond het heerlijk. Deze ziel vertelde me dat ik terug moest gaan naar de aarde om anderen te onderwijzen. Ik wilde niet terug. Ik wilde blijven.
