De waarneming was als een eenheid van hoger voelen, zien en weten.
Wat betreft de schaal hiervan, het leek erg op een fractal. Het gevoel was afdalen of opstijgen door een Mandelbrot fractal. Het begon met een diepe intensiteit, hoewel je nooit kon zeggen dat het het absolute hoogtepunt of einde was, er was altijd een soort fractale vorm.
Er was een orde van grootte boven of onder en op een oneindige schaal. Het was alsof je naar de nachtelijke hemel staarde, in die zin dat er een eindeloze diepte is van mogelijke realisatie, van erin vallen.
