Ik heb geen woorden in mijn woordenschat om het gevoel dat me omringt te beschrijven.
Ik ging het licht in en toen was mijn grootvader bij me die mijn hand vasthield. Mijn grootvader was een paar jaar eerder gestorven en nu was ik bij hem en hield mijn hand vast. We praatten en onze monden bewogen niet. Ik voelde zijn energie, zijn liefde.
Ik herinner me dat ik met hem meeliep en voor God ging staan. Ik kon geen gezicht zien, alleen een licht dat zo helder was dat je naar beneden moest kijken. Ik hoorde hem tegen me zeggen dat het niet mijn tijd was en dat ik andere dingen te doen had voor de mensheid.
Ik wilde niet weg; ik smeekte om bij mijn opa te mogen blijven!
